"God heeft voorzien"

 1 oktober 2017, Br. D. van Wijck

Afspelen


Download
Audiobestand (MP3)  


Beschrijving
Het geloof van Abraham groeide tijdens zijn leven. Abram gehoorzaamde God door zijn land te verlaten. Hij vertrouwde op Gods beloften. Zijn geloof werd gerekend tot gerechtigheid. God vroeg Abraham om zich volkomen toe te wijden. In Genesis komen gehoorzaamheid, geloof en toewijding samen tot een climax, maar ook tot een anticlimax. Ook de Here Jezus kwam naar deze wereld (climax), maar de mensen hebben Hem gekruisigd (anticlimax). Abraham gehoorzaamde de roepstem van God. Hij stelde zich volkomen beschikbaar. Izaäk was Abrahams enige zoon van de belofte van God aan Abraham. Abraham had Izaäk lief; bij elke stap heeft Abraham als het ware zijn zoon geofferd. Abraham wist niet hoe God zou voorzien (Moria), maar geloofde dat hij samen met Izaäk zou terugkeren. Abraham stelde zijn vertrouwen op de opstanding uit de dood. Nu leven wij in deze wereld waarin moeilijkheden de realiteit zijn, maar we mogen zeker weten dat er een opstanding zal plaats vinden, dat er eeuwig leven klaar ligt voor ons. Ook nadat David had gezondigd door het volk Israël te laten tellen, riep God “het is genoeg, trek Uw hand terug”. Op die plek zou later de tempel gebouwd worden. Er zijn veel offers gebracht op die plaats. De Here Jezus Christus heeft Zich Zelf als Lam laten slachten. God heeft Zijn enige Zoon, Zijn geliefde laten offeren. God heeft Zijn hand niet teruggetrokken. Hij heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard.


In de preek aangehaalde bijbelteksten (Statenvertaling)

Genesis 22:1-19
1 En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik! 2 En Hij zeide: Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij liefhebt, Izak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem aldaar tot een brandoffer, op een van de bergen, dien Ik u zeggen zal. 3 Toen stond Abraham des morgens vroeg op, en zadelde zijn ezel, en nam twee van zijn jongeren met zich, en Izak zijn zoon; en hij kloofde hout tot het brandoffer, en maakte zich op, en ging naar de plaats, die God hem gezegd had. 4 Aan den derden dag, toen hief Abraham zijn ogen op, en zag die plaats van verre. 5 En Abraham zeide tot zijn jongeren: Blijft gij hier met den ezel, en ik en de jongen zullen heengaan tot daar; als wij aangebeden zullen hebben, dan zullen wij tot u wederkeren. 6 En Abraham nam het hout des brandoffers, en legde het op Izak, zijn zoon; en hij nam het vuur en het mes in zijn hand, en zij beiden gingen samen. 7 Toen sprak Izak tot Abraham, zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik, mijn zoon! En hij zeide: Zie het vuur en het hout; maar waar is het lam tot het brandoffer? 8 En Abraham zeide: God zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon! Zo gingen zij beiden samen. 9 En zij kwamen ter plaatse, die hem God gezegd had; en Abraham bouwde aldaar een altaar, en hij schikte het hout, en bond zijn zoon Izak, en leide hem op het altaar boven op het hout. 10 En Abraham strekte zijn hand uit, en nam het mes om zijn zoon te slachten. 11 Maar de Engel des HEEREN riep tot hem van den hemel, en zeide: Abraham, Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik! 12 Toen zeide Hij: Strek uw hand niet uit aan den jongen, en doe hem niets! want nu weet Ik, dat gij God vrezende zijt, en uw zoon, uw enige, van Mij niet hebt onthouden. 13 Toen hief Abraham zijn ogen op, en zag om, en ziet, achter was een ram in de verwarde struiken vast met zijn hoornen; en Abraham ging, en nam dien ram, en offerde hem ten brandoffer in zijns zoons plaats. 14 En Abraham noemde den naam van die plaats: De HEERE zal het voorzien! Waarom heden ten dage gezegd wordt: Op den berg des HEEREN zal het voorzien worden! 15 Toen riep de Engel des HEEREN tot Abraham ten tweeden male van den hemel; 16 En zeide: Ik zweer bij Mijzelven, spreekt de HEERE; daarom dat gij deze zaak gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt; 17 Voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen, en uw zaad zeer vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever der zee is; en uw zaad zal de poort zijner vijanden erfelijk bezitten. 18 En in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, naardien gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt. 19 Toen keerde Abraham weder tot zijn jongeren, en zij maakten zich op, en zij gingen samen naar Ber-seba; en Abraham woonde te Ber-seba. 


Romeinen 4:17
17 (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren; 


Hebreeen 11:17-19
17 Door het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd, en hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd, 18 (Tot denwelken gezegd was: In Izak zal u het zaad genoemd worden) overleggende, dat God machtig was, hem ook uit de doden te verwekken; 19 Waaruit hij hem ook bij gelijkenis wedergekregen heeft. 


Hebreeen 12:2
2 Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God. 


Romeinen 8:32
32 Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? 



Deze spreker:
Br. D. van Wijck

Zoek op trefwoord:
Offer
Geloof
Opstanding