"Hoe zouden wij dan leven?"


Beschrijving

De ballingschap ging nog lang duren, maar op termijn heeft Israël een goede toekomst. Israël moest zich gedragen in ballingschap. Israël moest hun plaats nemen in een vijandige samenleving. Wij zelf mogen ons niet wereldvreemd gedragen. Israël moest vrede zoeken voor hun woonplaatsen. We mogen bijdragen aan het welzijn van onze woonplaats zonder ons getuigenis te verbergen. Israël moest bidden voor de goddeloze steden waarin ze woonden. We mogen bidden voor die over ons aangesteld zijn. In het oude testament waren de Israëlieten in ballingschap gevoerd. In het nieuwe testament zijn de christenen verstrooid. Petrus wees deze christenen op de geweldige toekomst die ons te wachten staat. We weten waar we naar toe gaan. We zijn priesters en priesters hebben de taak om het volk voor te gaan naar God en het Woord van God naar het volk te brengen. We mogen de mensen in onze omgeving in gebed brengen bij onze God. We mogen ook God bekend maken bij de mensen. Biddend met en voor de mensen om ons heen kunnen we getuigen van het karakter van God. We mogen leven als priesters met een levende verwachting. We mogen onze vrijmoedigheid niet prijs geven. Ons getuigenis beschermt ons tegen de wereld.
Download:

In de preek aangehaalde bijbelteksten (Statenvertaling):

Jeremia 29:1-14

1 Voorts zijn dit de woorden des briefs, dien de profeet Jeremia zond van Jeruzalem tot de overige oudsten, die gevankelijk waren weggevoerd, mitsgaders tot de priesteren, en tot de profeten, en tot het ganse volk, dat Nebukadnezar van Jeruzalem gevankelijk had weggevoerd naar Babel. 2 (Nadat de koning Jechonia, en de koningin, en de kamerlingen, de vorsten van Juda en Jeruzalem, mitsgaders de timmerlieden en smeden van Jeruzalem waren uitgegaan); 3 Door de hand van Elasa, den zoon van Safan, en Gemarja, den zoon van Hilkia, die Zedekia, de koning van Juda, naar Babel zond, tot Nebukadnezar, den koning van Babel, zeggende: 4 Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels, tot allen, die gevankelijk zijn weggevoerd, die Ik gevankelijk heb doen wegvoeren van Jeruzalem naar Babel: 5 Bouwt huizen en woont daarin, en plant hoven en eet de vrucht daarvan; 6 Neemt vrouwen, en gewint zonen en dochteren, en neemt vrouwen voor uw zonen, en geeft uw dochteren aan mannen, dat zij zonen en dochteren baren; en wordt aldaar vermenigvuldigd, en wordt niet verminderd. 7 En zoekt den vrede der stad, waarhenen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot den HEERE; want in haar vrede zult gij vrede hebben. 8 Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Laat uw profeten en uw waarzeggers, die in het midden van u zijn, u niet bedriegen, en hoort niet naar uw dromers, die gij doet dromen. 9 Want zij profeteren u valselijk in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, spreekt de HEERE. 10 Want zo zegt de HEERE: Zekerlijk, als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik ulieden bezoeken, en Ik zal Mijn goed woord over u verwekken, u wederbrengende tot deze plaats. 11 Want Ik weet de gedachten, die Ik over u denk, spreekt de HEERE, gedachten des vredes, en niet des kwaads, dat Ik u geve het einde en de verwachting. 12 Dan zult gij Mij aanroepen, en henengaan, en tot Mij bidden; en Ik zal naar u horen. 13 En gij zult Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart. 14 En Ik zal van ulieden gevonden worden, spreekt de HEERE, en Ik zal uw gevangenis wenden, en u vergaderen uit al de volken, en uit al de plaatsen, waarhenen Ik u gedreven heb, spreekt de HEERE; en Ik zal u wederbrengen tot de plaats, van waar Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren. 




2 Petrus 1:1-3

1 Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan degenen, die even dierbaar geloof met ons verkregen hebben, door de rechtvaardigheid van onzen God en Zaligmaker, Jezus Christus; 2 Genade en vrede zij u vermenigvuldigd door de kennis van God, en van Jezus, onzen Heere; 3 Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis Desgenen, Die ons geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd; 




2 Petrus 2:9-10

9 Zo weet de Heere de godzaligen uit de verzoeking te verlossen, en de onrechtvaardigen te bewaren tot den dag des oordeels, om gestraft te worden; 10 Maar allermeest degenen, die naar het vlees in onreine begeerlijkheid wandelen, en de heerschappij verachten; die stout zijn, zichzelven behagen, en die de heerlijkheden niet schromen te lasteren; 



 

Meer preken van:

Preken over onderwerp:

Preken over bijbeltekst: