"Hoop voor Israel"


Opmerking: shabat, shalom: rust en vrede!

Beschrijving

Wij mogen ook ons persoonlijk vasthouden aan de belofte dat wij van God zijn. Hij zal bij ons zijn. Maar het tekstgedeelte is in eerste instantie aan Israël gericht. God bemoeit zich nog steeds met Israël. Hij verkoos Israël, Hij verloste Israël, Hij zorgde voor Zijn volk Israël. Net als Israël kennen wij ook water en vuur in ons leven, maar God heeft beloofd altijd bij ons te zijn. God heeft beloofd om zijn Volk thuis te halen. Er zijn voorvervullingen geweest, maar na de grote verdrukking zal God Zijn belofte volledig vervullen. God is het, die kiest, verlost, zorgt en thuis brengt. Israël heeft echter gezondigd. De Joodse mensen zijn helaas vandaag de dag niet heiliger dan heidenen, maar God zal omwille van Zijn eigen heilige naam, Zich blijven ontfermen over het volk Israël. God blijft trouw. De toekomst van Israël, maar ook van de gemeente hangt af van de trouw van God en hangt niet af van mensen. God is heilig. Een bruidspaar spreekt tegen elkaar uit dat ze heilig zijn voor de ander. Heilig zijn geeft dus een nabijheid, intimiteit aan. God belooft trouw; Hij is toegewijd aan het volk Israël. God belooft niet alleen een nationaal herstel, maar ook een geestelijk herstel. De Here Jezus Christus is ook gekomen om verzoening te doen over de zonden. Israël zal nog in de benauwdheid komen, maar zal daarna in de ruimte geplaatst worden (dat is Rehoboth). God kan het leven van (Joodse) mensen veranderen. Hij zal het Joodse volk, maar ook zijn gemeente, verzamelen. Geen gelovige zal achterblijven.
Download:

In de preek aangehaalde bijbelteksten (Statenvertaling):

Jesaja 43:1-7

1 Maar nu, alzo zegt de HEERE, uw Schepper, o Jakob! en uw Formeerder, o Israel! vrees niet, want Ik heb u verlost; Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn. 2 Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. 3 Want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige Israels, uw Heiland; Ik heb Egypte, Morenland en Seba gegeven tot uw losgeld in uw plaats. 4 Van toen af, dat gij kostelijk zijt geweest in Mijn ogen, zijt gij verheerlijkt geweest, en Ik heb u liefgehad; daarom heb Ik mensen in uw plaats gegeven, en volken in plaats van uw ziel. 5 Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van den opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van den ondergang. 6 Ik zal zeggen tot het noorden: Geef; en tot het zuiden: Houd niet terug; breng Mijn zonen van verre, en Mijn dochters van het einde der aarde; 7 Een ieder, die naar Mijn Naam genoemd is, en dien Ik geschapen heb tot Mijn eer, dien Ik geformeerd heb, dien Ik ook gemaakt heb. 




Jesaja 43:22-25

22 Doch gij hebt Mij niet aangeroepen, o Jakob! als gij u tegen Mij vermoeid hebt, o Israel! 23 Mij hebt gij niet gebracht het kleine vee uwer brandofferen, en met uw slachtofferen hebt gij Mij niet geeerd; Ik heb u Mij niet doen dienen met spijsoffer, en Ik heb u niet vermoeid met wierook. 24 Mij hebt gij geen kalmus voor geld gekocht, en met het vette uwer slachtoffers hebt gij Mij niet gedrenkt; maar gij hebt Mij arbeid gemaakt, met uw zonden, gij hebt Mij vermoeid met uw ongerechtigheden. 25 Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil, en Ik gedenk uwer zonden niet. 



 

Meer preken van:

Preken over onderwerp:

Preken over bijbeltekst: