"Volgen"


Beschrijving

Tijdens het vissen werden Petrus en Andreas geroepen door de Here Jezus Christus. Zij gaven direct gehoor en volgden Hem. Wij kunnen in beslag genomen worden door het werk voor de Here Jezus Christus en de Heer van het werk vergeten. De Here Jezus wil dat wij allereerst bij Hem komen om te rusten, daarna gaat het om het actief deelnemen aan het volgen van de Here Jezus Christus. Toen Petrus begon met het volgen van de Here, was er geen sprake van lijden. De Here Jezus Christus genas zijn schoonmoeder en vele anderen. In de brieven wordt een aantal zieken beschreven die niet werden genezen. Tijdens de periode van Christus op aarde ontving Israel krachten van de toekomende eeuw, het duizendjarig vrederijk. Het evangelie van het koninkrijk Gods maakt plaats voor het evangelie van Gods genade. Petrus werd tot twee maal toe uit de gevangenis bevrijd, maar hij zou uiteindelijk eenmaal gedood, en niet bevrijd worden. De Here Jezus Christus heeft voor ons geleden. Hij kan daardoor volmaakt met ons meelijden. Als wij lijden dan lijdt Hij met ons mee. Petrus beleed dat de Heer de Zoon van de levende God is, maar zag niet dat de Here Jezus moest lijden. Later schreef Petrus dat we niet verbaasd moeten zijn over het lijden in ons leven. Het is lijden tot heerlijkheid. Petrus ontkende dat hij ooit de Here Jezus zou verlaten, maar hij moest later erkennen dat hij in alles afhankelijk is van de genade van God. Ondanks alle falen van Petrus verlangde de Here Jezus ernaar om de gemeenschap met hem te herstellen. Petrus heb jij mij lief met opofferende liefde, meer dan de anderen? Petrus, heb jij me lief met een opofferende liefde? Petrus, heb je mij lief? Petrus antwoordde dat zijn liefde anders, zwakker is dan Jezus liefde. Petrus kreeg de opdracht om de schapen en de lammeren van het huis Israel te hoeden.
Download:

In de preek aangehaalde bijbelteksten (Statenvertaling):

Johannes 21:15-23

15 Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij liever dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere! Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn lammeren. 16 Hij zeide wederom tot hem ten tweeden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed Mijn schapen. 17 Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen. 18 Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet, alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen, waar gij niet wilt. 19 En dit zeide Hij, betekenende, met hoedanigen dood hij God verheerlijken zou. En dit gesproken hebbende, zeide Hij tot hem: Volg Mij. 20 En Petrus, zich omkerende, zag den discipel volgen, welken Jezus liefhad, die ook in het avondmaal op Zijn borst gevallen was, en gezegd had: Heere! wie is het, die U verraden zal? 21 Als Petrus dezen zag, zeide hij tot Jezus: Heere, maar wat zal deze? 22 Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil, dat hij blijve, totdat Ik kome, wat gaat het u aan? Volg gij Mij. 23 Dit woord dan ging uit onder de broederen, dat deze discipel niet zou sterven. En Jezus had tot hem niet gezegd, dat hij niet sterven zou, maar: Indien Ik wil, dat hij blijve, totdat Ik kome, wat gaat het u aan? 




Mattheüs 11:28

28 Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. 




Mattheüs 8:14-17

14 En Jezus gekomen zijnde in het huis van Petrus, zag zijn vrouws moeder te bed liggen, hebbende de koorts. 15 En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar; en zij stond op, en diende henlieden. 16 En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij wierp de boze geesten uit met den woorde, en Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren; 17 Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, den profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen. 



 

Meer preken van:

Preken over onderwerp:

Preken over bijbeltekst: