"Werken alle dingen mee ten goede?"


Beschrijving

“God laat alle dingen meewerken ten goede” is een moeilijke tekst voor gelovigen in wiens levens het stormt. De Here Jezus Christus heeft beloofd dat Hij altijd bij ons zal zijn en God is een liefdevolle Vader. Toch zou het eenvoudiger zijn geweest als er stond dat God sommige dingen doet meewerken ten goede. We begrijpen niet altijd waarom God gebeurtenissen in ons leven toelaat. De gebeurtenissen schijnen tegen te werken. Het doel van God is om ons te vormen naar het beeld van Christus. Wij willen graag dat alle moeilijkheden uit ons leven verdwijnen, maar de Here Jezus Christus heeft Zelf gezegd dat wij geen gemakkelijk leven zouden hebben. God gebruikt gebeurtenissen om ons te leren. Jacobus schreef dat we het voor enkel vreugde moeten houden als wij in velerlei verzoekingen terecht komen. God wil ons leren om op Christus alleen te zien. De Here Jezus Christus pleit voortdurend voor ons. Wij leren Gods nabijheid ervaren als we door een dal gaan.
Download:

In de preek aangehaalde bijbelteksten (Statenvertaling):

Romeinen 8:26-30

26 En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. 27 En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt. 28 En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. 29 Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen. 30 En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt. 




Romeinen 8:38

38 Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, 




2 Korinthe 6

1 En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben. 2 Want Hij zegt: In den aangenamen tijd heb Ik u verhoord, en in den dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid! 3 Wij geven geen aanstoot in enig ding, opdat de bediening niet gelasterd worde. 4 Maar wij, als dienaars van God, maken onszelven in alles aangenaam, in vele verdraagzaamheid, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, 5 In slagen, in gevangenissen, in beroerten, in arbeid, in waken, in vasten, 6 In reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in goedertierenheid, in den Heiligen Geest, in ongeveinsde liefde. 7 In het woord der waarheid, in de kracht van God, door de wapenen der gerechtigheid aan de rechter zijde en aan de linker zijde; 8 Door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders, en nochtans waarachtigen; 9 Als onbekenden, en nochtans bekend; als stervenden, en ziet, wij leven; als getuchtigd, en niet gedood; 10 Als droevig zijnde, doch altijd blijde; als arm, doch velen rijk makende; als niets hebbende, en nochtans alles bezittende. 11 Onze mond is opengedaan tegen u, o Korinthiers, ons hart is uitgebreid. 12 Gij zijt niet nauw in ons, maar gij zijt nauw in uw ingewanden. 13 Nu, om dezelfde vergelding te doen, (ik spreek als tot mijn kinderen) zo wordt gij ook uitgebreid. 14 Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis? 15 En wat samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met den ongelovige? 16 Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een Volk zijn. 17 Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen. 18 En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heere, de Almachtige. 




Jakobus 1:2

2 Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt; 



 

Meer preken van:

Preken over onderwerp:

Preken over bijbeltekst: