"Gods zegen"


Beschrijving

Na de zondeval en de zondvloed maakte God een nieuw begin. God riep Abraham. Abraham werd de vader van alle gelovigen. Abraham werd een voorbeeld van hoop. Hij hield vast aan Gods beloften zonder te zien. Geloof en hoop zijn gebaseerd op liefde. God riep Abram. God begon opnieuw met slechts één persoon. Door Abram wilde God alle families van de aarde zegenen. God leerde Abram volkomen op Hem te vertrouwen. Zijn ook wij bereid te gaan waartoe God ons roept? God kan ons pas gebruiken en zegenen als wij alles los laten en op Hem vertrouwen. God stuurt ook ons op weg zonder dat wij precies weten waar we naartoe gaan. God wil ons leren te vertrouwen en te hopen tegen beter weten in. Door ons vertrouwen op God kunnen we tot zegen zijn voor andere mensen. God is liefde. God riep Abram uit liefde en noemde Zichzelf Vriend van Abram. God leerde Abram opofferende liefde voor zijn omgeving. Abram bemiddelde voor Lot bij God. Hebben wij onze naasten lief zoals God hen liefheeft?
Download:

In de preek aangehaalde bijbelteksten (Statenvertaling):

Genesis 12:1-9

1 De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal. 2 En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! 3 En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. 4 En Abram toog heen, gelijk de HEERE tot hem gesproken had; en Lot toog met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging. 5 En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaan, en zij kwamen in het land Kanaan. 6 En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanaanieten waren toen ter tijd in dat land. 7 Zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den HEERE, Die hem verschenen was. 8 En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-el, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-el tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde daar den HEERE een altaar, en riep den Naam des HEEREN aan. 9 Daarna vertrok Abram, gaande en trekkende naar het zuiden. 



 

Meer preken van:

Preken over onderwerp:

Preken over bijbeltekst: